Startpagina
Overzicht Boodschappen Kindje Jezus

Verschijning van het genadige Kindje Jezus
op 14 augustus 2021 in Sievernich

 

Ik zie een grote lichtbol, een grote gouden lichtbol, vergezeld van twee kleine lichtbollen. De grote gouden lichtbol gaat langzaam open en vanuit deze bol komt een prachtig licht naar ons toe. Het genadige Kindje Jezus draagt een grote gouden kroon. Het komt naar ons toe met Zijn gewaad en Zijn mantel van Kostbaar Bloed. In Zijn rechterhand draagt het een gouden scepter. In Zijn linkerhand houdt het een grote gouden kelk. Nu gaan de andere twee kleinere bollen open en er staan twee engelen naast het Kindje Jezus. Ze spreiden de mantel van Zijn Kostbaar Bloed over ons uit. De Koning van de Hemel zegent ons:

“In de naam van de Vader en de Zoon - dat ben Ik - en van de Heilige Geest. Amen. Lieve zielen, bid met Mij Psalm 123!"

De Koning van de Hemel legde me uit dat we Hem vandaag op de kleine berg Tabor hier in Sievernich mogen ontmoeten en dat we deze ontmoeting in ons hart moeten dragen. De Heer wenst als herinnering van deze ontmoeting Psalm 123 (oud-joodse telwijze) als gebed: “Tot U sla ik mijn ogen op, Gij die troont in de Hemel, …”

M: “Heer, ik ken hem niet. Graag zal ik zal dan deze psalm bidden."

De Heer zegt: "Ik heb vandaag een kelk voor je meegebracht. Zou je hem willen drinken voor alle getrouwen?"

M: "Heer, ik zal deze beker drinken als U zegt dat ik het moet doen."

De Heer nadert en reikt de kelk zo, dat er een bittere vloeistof in mijn mond loopt.

Het Kindje Jezus zegt:

“Bid, doe boete in de komende dagen! Ik zal jullie niet verlaten! Ik ben bij jullie en kijk in jullie harten. Bereid juist in de nood, in de beproeving, jullie harten tot een tabernakel van Mijn Allerheiligste Hart. Ik zie dat jullie harten vlekken hebben."

M: “Heer, was ons rein met Uw Kostbaar Bloed. We hebben allemaal gebreken. We hebben allemaal vlekken en wel grote."

De Koning van de Hemel brengt de scepter naar Zijn Hart. Hij wordt de aspergil van Zijn Allerheiligste Hart, Zijn Kostbaar Bloed. Hij zegent ons “In de naam van de Vader en de Zoon - dat ben Ik - en van de Heilige Geest. Amen."

Zijn gouden kroon glanst prachtig. Ze is versierd met rode edelstenen. We zijn allemaal gezegend en besprenkeld geworden met Zijn Kostbaar Bloed.

M: “Ik dank U uit heel mijn hart, mijn Heer en Heiland Jezus Christus. Deo gratias! Ik dank U in alle eeuwigheid."

De Heer deelt mij mee dat deze gebedswake dit jaar voorlopig de laatste openbare samenkomst zal zijn voor grote groepen mensen. Hij zal het ons laten weten wanneer dit officieel weer mogelijk zal zijn.

M: “Het zal dan niet meer mogelijk zijn om elkaar hier te ontmoeten, ja? Dan wachten wij hier op Uw boodschap, Heer."

Nu wenst de Heer dat ik in kruisvorm op de grond ga liggen en om erbarmen vraag voor de oudere generatie.

M: “Dat doe ik, Heer. O Jezus, Gij, Zoon van David, heb medelijden met de oudere generatie!” Elf keer zou ik zo om genade moeten smeken.

Dan moet ik om genade voor de Kerk vragen: "O Jezus, Gij, Zoon van David, heb medelijden met Uw Kerk!" Zeven keer zou ik om erbarmen moeten smeken.

De Heer spreekt:

“De steen zal tegen het kruis gaan. Luister naar Mijn woorden. Het is belangrijk dat jullie Mijn woorden opvolgen, gehoorzamen. Gebed, boete, opoffering, eerherstel! Met het roepen tot de Eeuwige Vader zullen jullie de steen kunnen ophouden."

M: “De steen, Heer? O, dat bedoelt U. Ja, dat is de steen van Mekka. Oh!"

Het Kindje Jezus spreekt terwijl het Zijn ogen op ons allemaal richt:

"Ik wil in jullie harten blijven."

Er volgde een persoonlijke mededeling.

Het goddelijke Kindje Jezus zegt: “Adieu!” Het wenst van ​​ons gebed en wij bidden:

“O mijn Jezus, vergeef ons onze zonden, behoed ons voor het vuur van de hel.

Breng alle zielen naar de Hemel, vooral degenen die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben."

Daarop laat de Heer mij een groot aantal arme zielen zien die Hij vandaag uit het Vagevuur heeft bevrijd, omdat Zijn Kostbaar Bloed ook in het Vagevuur ging. Deze zielen zijn overleden familieleden van de aanwezige biddende mensen.

M: “Moge God het jullie voor eeuwig vergelden! Dank uit de grond van mijn hart.

Deo gratias!”

Nu moet ik het liedje aanheffen: Et verbum caro factum est, et habitavit in nobis.

Tot slot zegende het goddelijk Kind ons: In de naam van de Vader en de Zoon - dat ben Ik - en van de Heilige Geest. Amen.

Het Kindje Jezus gaat terug in het licht. De lichtbollen worden kleiner, pulseren en verdwijnen.

 

Deze boodschap wordt bekend gemaakt zonder vooruit te willen lopen op het oordeel van de Rooms-katholieke Kerk.

Copyright © Manuela 2000