Startpagina
Overzicht Boodschappen Kindje Jezus

 

"Ik ben gekomen om de zondaars te bekeren!"
Verschijning van het Kindje Jezus van Praag op 05.08.2019
op de bouwgrond van het Huis Jeruzalem in Sievernich

 

Ik zag een gouden bol aan de Hemel. Hij werd groter naarmate hij dichterbij kwam.

De gouden bol werd vergezeld door een licht dat pulseerde. Toen ging de bol open en het Kindje Jezus van Praag trad uit het grote licht (ongeveer 4 m groot). Zijn wijd gewaad was koningsblauw en was geborduurd met gouden lelies. Het gewaad straalde heel intensief naar alle kanten en borg in zich veel licht. Het Jezuskindje droeg een grote stralende gouden kroon. In Zijn linkerhand hield het een gouden boek, in Zijn rechterhand een grote gouden scepter. Zijn mantel spreidde Onze Heer wijd uit.

Hij had donkere krullen en blauwe ogen, die liefdevol naar ons keken en zeer stralend waren. Zijn blik was vol liefde maar niettemin koninklijk. Nu zag ik dat het Jezuskind op het Huis Jeruzalem stond. Hij vroeg me: "Wil je Mij de eer betonen?" Ik wist niet wat Hij bedoelde, maar antwoordde, dat ik Hem in elk geval wilde eren: "Ja, maar natuurlijk." Hij zegende ons allemaal en zei: "In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen. "Nu bad Hij samen met ons het volledige Onze Vader. Er volgde een persoonlijke mededeling.

Jezus zei: "Ik zal jullie op Mijn verschijningsplaatsen genaden schenken en Mijn Allerheiligste Moeder zal jullie ook op Haar verschijningsplaatsen genaden schenken."
Er volgde een persoonlijke mededeling. Het koningsblauwe gewaad van het Jezuskind straalde nu zeer sterk. Eveneens de daarop geborduurde gouden lelies. Jezus zei: "Bid en doe boete! " Ik zei: "Ja, Heer, dat doen wij. Ik beloof het U! Hij opende Zijn mantel nog verder dan voorheen. Ik dacht al dat Zijn mantel al heel ver zou zijn uitgespreid. Maar de mantel van Jezus werd steeds groter. Jezus zei daarbij: "Ik geef jullie Mijn genezende zegen!" Toen zegende Hij ons in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Hij vervolgde:
"Ik ben jullie Redder. Ik ben jullie Heer. Laat jullie niet verwarren, laat jullie niet ontmoedigen. Bid! Bid voor jullie eeuwigheid! Hoeveel verdwaalde mensen storten in de afgrond. Maar Ik wil niet dat jullie in de afgrond vallen. Ik wil jullie redden. Zie, Ik heb de schapen van de bokken gescheiden."

En nu zag ik werkelijk wijd onder Zijn voeten de bokken aan Zijn linkerkant, de schapen aan Zijn rechterkant elk in kuddeverband. De bokken hadden een bruinachtige vacht en droegen hoorns. De schapen daarentegen hadden een witte vacht en hadden geen horens. Het Kindje Jezus zei: "Ik ben gekomen om de zondaars te bekeren! Maar wie Mij niet wil, zal in de afgrond vallen." Toen kwam het Kindje Jezus dichter bij me en hield het gouden boek voor mijn gezicht. Ik begreep Zijn gebaren en kuste toen het gouden boek als een teken van de hoogste verering. Nu ging het Jezuskind naar een zuigeling en raakte hem zegenend aan. Toen ging Hij naar mijn helpers en zei: "Je hebt trouwe helpers, groet ze van Mij. Ik zal hen alles vergoeden. "Ik dankte de Heer heel erg. Vervolgens vroeg de Heer me of we ons wensten te bedekken met Zijn Kostbaar Bloed. Ik antwoordde: "Ja, bedek ons met Uw Kostbaar Bloed."

Toen bedekte Hij ons werkelijk met Zijn Kostbaar Bloed en sprak samen met ons: "Glorie zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en altijd en in alle eeuwigheid. Amen."
Hij verdween dan in het stralende licht dat Hem omringde als een zon. Het licht breidde zich nu uit, doofde en was weg.

Deze boodschap wordt bekend gemaakt zonder het oordeel van de Rooms-katholieke Kerk af te wachten.